"Autistisch brein zeer actief in ruststand" is de kop van een bericht op nu.nl van maandag 3 februari. Het artikel beschrijft vervolgens dat de hersenen van kinderen met autisme veel meer activiteit vertonen bij stilliggen dan de hersenen van kinderen zonder autisme. Met andere woorden, zelfs als iemand met autisme ontspant, zijn haar (of zijn) gedachten nog altijd druk bezig.
Voor mij als vrouw met Asperger geeft dit onderzoek het wetenschappelijk bewijs voor iets dat al lang duidelijk was.
Niet zelden kijk ik jaloers naar mijn vriend als hij helemaal in een serie, voetbalwedstrijd of donald duckje kan verdwijnen zonder ook maar iets van zijn omgeving mee te krijgen. Hij kan ook echt ontspannen: lekker niks doen, even nergens aan denken of over onbelangrijke dingen filosoferen.
Mijn gedachten daarentegen houden nooit op. Zelfs 's nachts verwerk ik alle prikkels in mijn dromen. Soms wilde ik dat er een knop op mijn hoofd zat die ik even om kon draaien: even mijn brein uitzetten.
Als ik een voetbalwedstrijd kijk, denk ik aan meer dan alleen aan waar de bal op dat moment is. Terwijl ik met het spel bezig ben, denk ik ook aan: gesprekken die ik eerder op de dag heb gevoerd, de uitslagen van andere wedstrijden, de gang van zaken in mijn eigen voetbalteam, de manier waarop mijn vriend een arm om mij heen slaat, welke kleren ik morgen aan zal doen, welke boodschappen ik nog moet kopen en hoe het college van morgen zal gaan.
Altijd gebeurt er iets in mijn hoofd. En vaak meer dan een ding.
Dat er zoveel in mijn hoofd zit heeft te maken met analyseren, ik moet alles wat er om me heen, in m'n leven en ook in m'n gevoelsleven bestuderen, observeren, beoordelen en perfectioneren.
Mijn zusje zei zojuist: "als ik even zat ben van teveel gedachten, ga ik gewoon lekker sporten met vriendinnen. Of lekker kletsen of iets leuks doen met vriendinnen. Dan ben ik met andere mensen om me heen en dan kom ik even uit mijn gedachten."
'Je gedachten verzetten' wordt ook wel gezegd. Nou, bij mij werkt dat juist niet. Hoe meer mensen, hoe meer (sociale) prikkels en juist hoe meer gedachten.
De enige manier om tot rust te komen in mijn hoofd is voor mij:
a. een boek lezen
b. lang alleen zijn (tenminste een paar uur, het liefst 1 of 1,5 dag)
Dus. Mijn brein is actief. Maakt dat mijn brein ook slim?
dinsdag 4 februari 2014
woensdag 29 januari 2014
Tell me
Leuk om telkens opnieuw van mensen te horen dat ze enthousiast mijn blog lezen! Bedankt daarvoor.
Ik hoop dat het jullie helpt om mij, en andere mensen met autisme, beter te kunnen begrijpen. Of ook als je het niet altijd begrijpt (wellicht ook omdat ik het niet goed uitleg of te eenzijdig vertel) is dat niet erg. Dan moet je maar je schouders ophalen en doorgaan met waar je mee bezig was.
In dit bericht wil ik vrienden, kennissen, familie en andere bekenden (van mensen met autisme) oproepen om vooral niet je mond te houden als je het gevoel hebt dat er sociaal, communicatief, verbaal of non-verbaal iets mis gaat.
Dat ik soms onhandig omga met een sociale situatie geeft mij, vanzelfsprekend, niet het recht, de gelegenheid of de vrijbrief om maar te doen en laten wat ik wil. Je hoeft van mij niet meer te accepteren dan van een ander. Als ik je kwets, stom doe, te hard praat, een nare opmerking maak, een vervelend gezicht trek of je op een andere manier benadeel: vertel het me.
Misschien is het zelfs wel zo dat je het tegen mij sneller moet zeggen dan bij anderen. Immers, daar waar een ander misschien wel doorheeft dat ie je kwest, en dat vervolgens meteen goedmaakt door weer iets liefs te zeggen, heb ik soms minder snel door dat ik sociaal iets stoms doe. Juist heel letterlijk, duidelijk en direct aan me vertellen wat je vervelend vindt, helpt mij om het te begrijpen en om te weten hoe ik mijn gedrag kan veranderen.
Soms corrigeer ik mezelf al, zoals vorige week op de voetbaltraining. Het verhaal van de trainer deed mij denken aan een aantal profvoetballers en meteen spuide ik hun namen over het veld, dwars door het verhaal van de trainer heen. Oeps! Sorry trainer!
Afgelopen maandagavond tijdens een gesprek met vriendinnen had ik het gevoel dat ik teveel over mezelf aan het praten was. "Sorry," zei ik, "het was niet m'n bedoeling om het gesprek naar me toe te trekken." Een vriendin reageerde: "Rianne, soms gebeurt dat nu eenmaal, maak er geen probleem van."
Oké, dus hier was ik te streng voor mezelf. Dank voor het zeggen!
Ik hoop dat het jullie helpt om mij, en andere mensen met autisme, beter te kunnen begrijpen. Of ook als je het niet altijd begrijpt (wellicht ook omdat ik het niet goed uitleg of te eenzijdig vertel) is dat niet erg. Dan moet je maar je schouders ophalen en doorgaan met waar je mee bezig was.
In dit bericht wil ik vrienden, kennissen, familie en andere bekenden (van mensen met autisme) oproepen om vooral niet je mond te houden als je het gevoel hebt dat er sociaal, communicatief, verbaal of non-verbaal iets mis gaat.
Dat ik soms onhandig omga met een sociale situatie geeft mij, vanzelfsprekend, niet het recht, de gelegenheid of de vrijbrief om maar te doen en laten wat ik wil. Je hoeft van mij niet meer te accepteren dan van een ander. Als ik je kwets, stom doe, te hard praat, een nare opmerking maak, een vervelend gezicht trek of je op een andere manier benadeel: vertel het me.
Misschien is het zelfs wel zo dat je het tegen mij sneller moet zeggen dan bij anderen. Immers, daar waar een ander misschien wel doorheeft dat ie je kwest, en dat vervolgens meteen goedmaakt door weer iets liefs te zeggen, heb ik soms minder snel door dat ik sociaal iets stoms doe. Juist heel letterlijk, duidelijk en direct aan me vertellen wat je vervelend vindt, helpt mij om het te begrijpen en om te weten hoe ik mijn gedrag kan veranderen.
Soms corrigeer ik mezelf al, zoals vorige week op de voetbaltraining. Het verhaal van de trainer deed mij denken aan een aantal profvoetballers en meteen spuide ik hun namen over het veld, dwars door het verhaal van de trainer heen. Oeps! Sorry trainer!
Afgelopen maandagavond tijdens een gesprek met vriendinnen had ik het gevoel dat ik teveel over mezelf aan het praten was. "Sorry," zei ik, "het was niet m'n bedoeling om het gesprek naar me toe te trekken." Een vriendin reageerde: "Rianne, soms gebeurt dat nu eenmaal, maak er geen probleem van."
Oké, dus hier was ik te streng voor mezelf. Dank voor het zeggen!
dinsdag 28 januari 2014
Sociale wederkerigheid
Volgens wikipedia is wederkerigheid "de onderlinge verplichting binnen een relatie om een gift te beantwoorden met een tegengift."
In de dagelijkse praktijk kan je het merken aan: gelijkheid:
Jij komt een keer bij mij op bezoek, ik kom een keer bij jou op bezoek.
Ik kom op jouw verjaardagsfeestje, en jij komt op de mijne.
Als jij verdriet hebt troost ik jou, en als ik verdriet heb, troost jij mij.
De ene keer kom jij mij tegemoet, de andere keer ik jou.
Enzoverder.
Omdat mijn vriend en ik afgelopen weekend niet konden afspreken, onze vaste afspreekavond op donderdag is en we er weinig zin in hadden om elkaar in de tussentijd niet te zien, hadden we het plan opgevat om op dinsdagavond samen te gaan eten. Dus maandagavond chatte ik: "kom je morgenavond eten?" "Nou," zei hij, "ik heb veel zin om je weer te zien en aangezien ik morgenavond om 21u. een afspraak heb is het handig als jij bij mij komt eten."
Oeps, dacht ik, daar heb ik geen zin in. Ik heb behoefte aan een dag lekker thuis en niet weer de deur uit. Dus dat zei ik tegen hem, en ik zei daarbij dat als hij geen tijd had om naar mij te komen, we dan maar beter niet zouden afspreken. Super trots was ik op mezelf! Ik had m'n eigen grenzen aangegeven, jippiejeej, hoewel ik het natuurlijk ook jammer vond dat ik dan mijn vriend niet zou zien. Dus ook dat zei ik tegen hem: "Ik ben trots dat ik dit nu aangeef."
"Tja, jammer" was zijn reactie.
In eerste instantie vond ik het stom dat hij niet zei dat hij ook trots op me was. Hij wist toch wat een mijlpaal dit voor mij was?
Pas later ging ik de situatie eens bewust vanuit zijn kant bekijken. Hoe is het om te horen dat je vriendin alleen zin heeft om af te spreken als jij perse naar haar toe moet fietsen? Niet zo leuk, maar voor een keer ook niet perse erg. Inderdaad: "Tja, jammer."
In deze situatie had ik last van een verminderde wederkerigheid:
Ten eerste omdat ik niet de energie had om half-om-half bij elkaar af te spreken.
Ten tweede, belangrijker, omdat ik in eerste instantie niet in staat was om me in mijn vriends perspectief te verplaatsen. Aanvoelen hoe een bepaalde situatie voor iemand anders is, is voor iemand met autisme geen vanzelfsprekendheid of automatisme.
Met name het tweede heeft effect op sociale relaties, en de inspanning die het kost om met dit onvermogen om te gaan (door gebruik van mijn ratio) heeft het eerste tot resultaat.
Tja, jammer.
In de dagelijkse praktijk kan je het merken aan: gelijkheid:
Jij komt een keer bij mij op bezoek, ik kom een keer bij jou op bezoek.
Ik kom op jouw verjaardagsfeestje, en jij komt op de mijne.
Als jij verdriet hebt troost ik jou, en als ik verdriet heb, troost jij mij.
De ene keer kom jij mij tegemoet, de andere keer ik jou.
Enzoverder.
Omdat mijn vriend en ik afgelopen weekend niet konden afspreken, onze vaste afspreekavond op donderdag is en we er weinig zin in hadden om elkaar in de tussentijd niet te zien, hadden we het plan opgevat om op dinsdagavond samen te gaan eten. Dus maandagavond chatte ik: "kom je morgenavond eten?" "Nou," zei hij, "ik heb veel zin om je weer te zien en aangezien ik morgenavond om 21u. een afspraak heb is het handig als jij bij mij komt eten."
Oeps, dacht ik, daar heb ik geen zin in. Ik heb behoefte aan een dag lekker thuis en niet weer de deur uit. Dus dat zei ik tegen hem, en ik zei daarbij dat als hij geen tijd had om naar mij te komen, we dan maar beter niet zouden afspreken. Super trots was ik op mezelf! Ik had m'n eigen grenzen aangegeven, jippiejeej, hoewel ik het natuurlijk ook jammer vond dat ik dan mijn vriend niet zou zien. Dus ook dat zei ik tegen hem: "Ik ben trots dat ik dit nu aangeef."
"Tja, jammer" was zijn reactie.
In eerste instantie vond ik het stom dat hij niet zei dat hij ook trots op me was. Hij wist toch wat een mijlpaal dit voor mij was?
Pas later ging ik de situatie eens bewust vanuit zijn kant bekijken. Hoe is het om te horen dat je vriendin alleen zin heeft om af te spreken als jij perse naar haar toe moet fietsen? Niet zo leuk, maar voor een keer ook niet perse erg. Inderdaad: "Tja, jammer."
In deze situatie had ik last van een verminderde wederkerigheid:
Ten eerste omdat ik niet de energie had om half-om-half bij elkaar af te spreken.
Ten tweede, belangrijker, omdat ik in eerste instantie niet in staat was om me in mijn vriends perspectief te verplaatsen. Aanvoelen hoe een bepaalde situatie voor iemand anders is, is voor iemand met autisme geen vanzelfsprekendheid of automatisme.
Met name het tweede heeft effect op sociale relaties, en de inspanning die het kost om met dit onvermogen om te gaan (door gebruik van mijn ratio) heeft het eerste tot resultaat.
Tja, jammer.
zaterdag 25 januari 2014
Autiproof huis
Geen zoemende of tikkende geluiden,
geen geslinger van spullen door de kamer,
geen verandering van meubels,
geen beweging van mensen vlak voor de ramen,
geen felle lampen,
geen slecht regelbare verwarming,
geen troep,
geen felle kleuren,
geen losliggende kranten, brieven, kleren, sleutels, boeken, glazen of snoeppapiertjes,
geen opeenstapeling van spullen waardoor de bewegingsruimte beperkt wordt,
geen nauwe doorgangen,
geen afleidende gaten of snoeren in de muur,
geen onopgemaakt bed,
geen levensgrote klok,
geen spiegel,
geen grote hoeveelheid foto's,
geen onlogische volgorde van boeken in de kast,
geen geuren van fruit of kaarsen,
geen vuiltjes op de grond,
geen tijdelijke plaatsing van spullen,
geen vlekken op de ramen,
geen dorre plantenblaadjes,
geen rondslingerend vuil of plastic in de tuin,
geen overdaad aan spullen in de douche,
geen slappe straalkracht van de douchekop,
geen lauw water,
geen koude doucheruimte,
geen lege koekjestrommels,
geen lage wc,
geen spijlen in het bed,
geen bed lager dan kniehoogte,
geen stof op mijn nachtkastje,
geen kussentjes op mijn stoelen,
geen onlogisch kleurgebruik,
geen centrifugerende wasmachine naast de woonruimte,
geen wasrek in zichtsveld,
geen ongelijke deurklinken,
geen afwezigheid van een kapstok,
geen wekker,
geen volle prullenbak maar vooral:
geen chaos!
geen geslinger van spullen door de kamer,
geen verandering van meubels,
geen beweging van mensen vlak voor de ramen,
geen felle lampen,
geen slecht regelbare verwarming,
geen troep,
geen felle kleuren,
geen losliggende kranten, brieven, kleren, sleutels, boeken, glazen of snoeppapiertjes,
geen opeenstapeling van spullen waardoor de bewegingsruimte beperkt wordt,
geen nauwe doorgangen,
geen afleidende gaten of snoeren in de muur,
geen onopgemaakt bed,
geen levensgrote klok,
geen spiegel,
geen grote hoeveelheid foto's,
geen onlogische volgorde van boeken in de kast,
geen geuren van fruit of kaarsen,
geen vuiltjes op de grond,
geen tijdelijke plaatsing van spullen,
geen vlekken op de ramen,
geen dorre plantenblaadjes,
geen rondslingerend vuil of plastic in de tuin,
geen overdaad aan spullen in de douche,
geen slappe straalkracht van de douchekop,
geen lauw water,
geen koude doucheruimte,
geen lege koekjestrommels,
geen lage wc,
geen spijlen in het bed,
geen bed lager dan kniehoogte,
geen stof op mijn nachtkastje,
geen kussentjes op mijn stoelen,
geen onlogisch kleurgebruik,
geen centrifugerende wasmachine naast de woonruimte,
geen wasrek in zichtsveld,
geen ongelijke deurklinken,
geen afwezigheid van een kapstok,
geen wekker,
geen volle prullenbak maar vooral:
geen chaos!
donderdag 23 januari 2014
Huismus
"Mensen met Asperger zijn beruchte huismussen. Thuis is de enige plek waar we alles onder controle hebben en andere mensen niet binnenkomen zonder onze toestemming. Het is een verlengstuk van onszelf."
Dit citaat komt uit een boek speciaal bedoeld voor partners van Aspergervrouwen (blz. 58).
Het is voor mij zeer herkenbaar. In mijn kamer weet ik precies waar alles ligt, kan ik alles zo plaatsen dat het voor mij precies goed is, kan ik de temperatuur en de hoeveelheid geluid regelen en kan ik precies doen waar ik behoefte aan heb. Alles is binnen handbereik, m'n boek, m'n tijdschrift, m'n laptop, m'n puzzel, m'n bed; alles.
Thuis ben ik ook lekker alleen en hoef ik met niemand anders rekening te houden dan met mezelf.
Op een bepaald moment kan ik zo verknocht zijn aan mijn eigen vertrouwde omgeving dat elk moment dat ik de deur uit moet extra moeite kost. Liever ben ik een hele dag thuis aan het studeren, dan dat ik naar de bieb of naar de uni ga bijvoorbeeld. En veel liever spreek ik bij mij thuis af, dan bij een vriendin.
Op dit moment ben ik met mijn vriend in een hotelletje in Bergen. Onze kamer lijkt een beetje op een klein appartementje; we hebben een tafeltje met zithoekje, een kast en een badkamer. Bij binnenkomst legde ik alle spullen precies zo neer zoals ik 't wilde hebben: handdoeken op een plank in de badkamer, eten in een mand, jassen aan een hanger aan een bepaald haakje, tas in die hoek, schoenen in de andere hoek, en zo zou ik nog wel even door kunnen gaan. Ik maakte me de plaats eigen, tot in de details.
Wanneer mijn vriend zijn schoenen, jas, portomonnee of iets anders ook maar iets anders neerlegt dan ik had bedoeld (bijvoorbeeld op het nachtkastje ipv op de tafel) dan valt me dat op. Soms heb ik er last van als dat gebeurt, maar soms heb ik alleen last van het feit dat het me opvalt. Met een enkele portomonnee maakt dat natuurlijk niet zoveel uit, maar wel als het met duizend andere kleine dingetjes het geval is, van theezakje tot tandpasta.
Blij ben ik dan als ik weer thuis ben, waar alles weer vertrouwd is.
Dit citaat komt uit een boek speciaal bedoeld voor partners van Aspergervrouwen (blz. 58).
Het is voor mij zeer herkenbaar. In mijn kamer weet ik precies waar alles ligt, kan ik alles zo plaatsen dat het voor mij precies goed is, kan ik de temperatuur en de hoeveelheid geluid regelen en kan ik precies doen waar ik behoefte aan heb. Alles is binnen handbereik, m'n boek, m'n tijdschrift, m'n laptop, m'n puzzel, m'n bed; alles.
Thuis ben ik ook lekker alleen en hoef ik met niemand anders rekening te houden dan met mezelf.
Op een bepaald moment kan ik zo verknocht zijn aan mijn eigen vertrouwde omgeving dat elk moment dat ik de deur uit moet extra moeite kost. Liever ben ik een hele dag thuis aan het studeren, dan dat ik naar de bieb of naar de uni ga bijvoorbeeld. En veel liever spreek ik bij mij thuis af, dan bij een vriendin.
Op dit moment ben ik met mijn vriend in een hotelletje in Bergen. Onze kamer lijkt een beetje op een klein appartementje; we hebben een tafeltje met zithoekje, een kast en een badkamer. Bij binnenkomst legde ik alle spullen precies zo neer zoals ik 't wilde hebben: handdoeken op een plank in de badkamer, eten in een mand, jassen aan een hanger aan een bepaald haakje, tas in die hoek, schoenen in de andere hoek, en zo zou ik nog wel even door kunnen gaan. Ik maakte me de plaats eigen, tot in de details.
Wanneer mijn vriend zijn schoenen, jas, portomonnee of iets anders ook maar iets anders neerlegt dan ik had bedoeld (bijvoorbeeld op het nachtkastje ipv op de tafel) dan valt me dat op. Soms heb ik er last van als dat gebeurt, maar soms heb ik alleen last van het feit dat het me opvalt. Met een enkele portomonnee maakt dat natuurlijk niet zoveel uit, maar wel als het met duizend andere kleine dingetjes het geval is, van theezakje tot tandpasta.
Blij ben ik dan als ik weer thuis ben, waar alles weer vertrouwd is.
Abonneren op:
Posts (Atom)